Dit BK wordt een voltreffer!


Sporzastemmen José De Cauwer en Paul Herijgers hebben iets met Kruibeke
“Dit BK wordt een voltreffer”


Op 12 en 13 januari vinden de Belgische kampioenschappen veldrijden plaats in Kruibeke. En wat blijkt? José De Cauwer en Paul Herijgers hebben iets met die plek. De ene omdat hij peter is van het organisatiecomité, de andere omdat hij de parcoursbouwers als technisch afgevaardigde van Belgian Cycling met raad en daad bijstond. Een vooruitblik leert dat de conclusie eensluidend is: “Dit BK wordt een absolute voltreffer.”

De commentaarkabine van de VRT is al jaren de natuurlijke biotoop van José De Cauwer en Paul Herijgers. De Oost-Vlaming neemt de wedstrijden op de weg voor zijn rekening, de Kempenaar maakt zijn opwachting in nagenoeg elke veldrit. Bevoorrechte toeschouwers vanop de eerste rij, die twee. Maar ook kenners van mekaars vakgebied. En allebei gek van Mathieu van der Poel. “Wat die op een fiets laat zien, nooit eerder vertoond. Pure kunst is dat.”

Er wordt luidop geklaagd over de voorspelbaarheid van het wedstrijdverloop in de veldritten deze winter. Boeit het crossen jullie nog evenveel?
José De Cauwer: Mij wel, ja. Ik kijk nog altijd heel graag naar veldrijden, vooral naar de onvoorstelbare stuurvaardigheid van Mathieu van der Poel. Terwijl de rest lijkt te ploeteren vliegt die door het veld, met een nooit eerder vertoonde elegantie. Dat werd de afgelopen maanden het best duidelijk in de Flandriencross van Hamme. Die arme Tom Meeusen hing de hele tijd tussen hangen en wurgen op een halve meter van het wiel van Mathieu, terwijl die de indruk gaf dat het hem allemaal totaal geen moeite kostte.
Paul Herijgers: Ik ben het helemaal eens met José. Wat Van der Poel laat zien is pure klasse.

Akkoord. Maar deelt het grote publiek jullie mening? Willen de toeschouwers niet in eerste instantie duels zien?
Herijgers
: Dat is dan weer een heel andere vraag.
De Cauwer: Dat de concurrentie niet meedoet is een feit. Maar voor mij blijft het toch genieten. Elke keer opnieuw. De manier waarop Mathieu op een loepzuivere manier een bocht aansnijdt, dat doet me denken aan de rijkunsten van een rallypiloot.
Herijgers: Ik wik mijn woorden niet. Wat die jongen aan technische bagage heeft, dat is nog nooit vertoond. Iedereen rijdt min of meer op dezelfde manier op een weide. Het is pas in het zand dat duidelijk wordt dat Mathieu gewoon buiten categorie is. Je mag eigenlijk het woord ‘kunst’ niet misbruiken, maar ik doe het toch: Van der Poel zien fietsen is naar kunst kijken. Tegen zo iemand optornen is verschrikkelijk moeilijk.

“Of Mathieu van der Poel de beste veldrijder aller tijden is? Als piloot heeft hij zijn gelijke niet, hou het daar maar op.”

Erik De Vlaeminck, Roland Liboton, Sven Nys: in het veldrijden was het in het verleden wel eens vaker hakketakken over de vraag wie de beste veldrijder uit de geschiedenis is. Heet die eigenlijk niet gewoon Mathieu van der Poel?
Herijgers: Pas op, Mathieu moet nog heel blijven ook. Hij heeft al een paar kwalijke knieletsels achter de rug, en op een bepaald moment zag het er zelfs even echt benard uit wat zijn toekomst als renner betrof. Om maar te zeggen: je moet altijd met twee woorden spreken.
De Cauwer: Als piloot heeft hij zijn gelijke niet. Hou het daar maar op.

Jullie zijn allebei renner geweest. Stel dat jullie de capaciteiten van Mathieu van der Poel hadden: zouden jullie in zijn plaats proberen het spektakel méér te verzorgen? Want nu is het vaak al na een paar minuten over en sluiten met de spankracht in een veldrit.
De Cauwer: Als je de wedstrijd al snel in een beslissende plooi kan leggen moet je absoluut niet wachten. Stel dat Van der Poel zijn beslissende ‘move’ uitstelt tot de laatste ronde, en hij rijdt plat in volle finale. Denk je dat ze dan op hem zullen wachten, uit dankbaarheid omdat hij het spannend heeft willen maken? Ik dacht het niet. Geloof me: als de verzamelde concurrentie over net dezelfde capaciteiten zou beschikken deden ze krék hetzelfde als Mathieu. Gewoon maken dat je weg bent op het moment dat jou het beste schikt. Ik moet lachen met de flauwe kul die Sven Nys verkoopt als hij laat weten dat hij het in het verleden af en toe spannend wilde maken door te wachten tot het laatste moment. Als dat al zo was, dan kon hij op dat moment niet beter.
Herijgers: Ik zit wat dat betreft anders in mekaar. Als ik destijds goed was, wilde ik dat laten zien. Dan probeerde ik mee het spektakel te verzorgen. Het publiek ziet dat graag, van die ‘apenstreken’ af en toe. Maar puur professioneel gezien is er natuurlijk niks af te dingen aan de manier waarop Van der Poel koerst.

Jezelf tot de laatste ronde wegsteken terwijl je goed genoeg bent om al in de aanvangsfase weg te rijden… Je zou zoiets ook kunnen omschrijven als een gebrek aan respect ten aanzien van je tegenstanders.
De Cauwer: Dat zou ik helemaal niet mooi vinden. In de krant staat te lezen: ‘Wout van Aert is tweede op 24 seconden’….
Herijgers: José, wat je bedoelt is eigenlijk dat de kloof meer dan dubbel zo groot had kunnen zijn. Hij bolt gewoon uit. In Hamme deed hij dat in volle finale bijvoorbeeld niet. Daar wacht hij 40 minuten, met Meeusen als een ‘remorque’ in zijn wiel. Dan gaat hij even doortrekken en loopt hij belachelijk veel tijd uit op een verzamelde groep van achtervolgers. Op een parcours dat zich daar helemaal niet toe leent, bovendien. Omdat hij tijd wilde goedmaken in het klassement voor de DVV Trofee, een rangschikking waarin hij na die ene afknapper op de Koppenberg nog behoorlijk wat tijd moest goedmaken. Wie dat kan moet zich wel onsterfelijk voelen, op dat moment.

“In de cross heb je als commentator altijd wel wat te vertellen. Tijdens een vlakke rit in de Tour kijk je soms reikhalzend uit naar het opduiken van een vluchtheuvel.”

Commentaar geven bij de zoveelste onemanschow van Van der Poel, is dat hetzelfde als tekst en uitleg verschaffen bij een saaie vlakke rit in de Tour?
Herijgers: Rare vraag is dat. Ik heb me nog nooit verveeld in het commentaarhokje van een veldrit. Je hebt altijd wat te vertellen, en af en toe zijn er die flitsen van zeldzame klasse die Mathieu laat zien. Daar kan je eindeloos lang over praten.
De Cauwer: Als de eerste dan toch zover vooruitrijdt, focus je je in de cross op de strijd voor plekken twee en drie. Dat is in de Formule 1 niet anders, hoor. Daar komt de eenzame leider ook relatief weinig in beeld. Nee, op de weg ligt dat heel anders. Als Guillaume Van Keirsbulck in de Tour 200 kilometer in zijn eentje voorop gaat rijden, waar zit dan de actie? Dan zit je reikhalzend uit te kijken naar het opduiken van een vluchtheuvel, ik zeg maar wat. Dat is dan een moment dat de eentonigheid even doorbreekt. Ik stel het misschien wat scherp, maar het scheelt niet veel.

Opnieuw een vraag voor twee ex-renners. Als je extrasportieve kopzorgen hebt zoals Wout van Aert die na het opzeggen van zijn lopend contract met zijn vorige ploeg beleeft, hoe hard hakt dat erin?
De Cauwer: Je betaalt die dingen cash. Hoe nonchalant je je ook voordoet ten aanzien van de buitenwereld, dit vreet aan je.

“Wout van Aert betaalt cash voor de extrasportieve problemen die hem al een tijd achtervolgen. Dit gaat vreten aan een mens.”

 

Herijgers: Ik ben misschien iets te voorbarig, maar de kans bestaat dat deze zaak hem geld gaat kosten. En dat geef je nooit graag af.
De Cauwer: Niet helemaal akkoord, Paul. Ik denk vooral dat het de sprong in het onbekende was die is gaan vreten. Onzekerheid over je toekomst: dat tékent een mens, geloof me. Het zou me niet verwonderen dat Wout als een andere persoon uit deze zaak zal komen. Misschien harder, misschien minder flexibel, dat kan best. Maar het kan niet dat dit géén impact heeft.
Herijgers: Ik vind het voorlopig allemaal best meevallen. Als ik Wout af en toe zie of hoor, dan komt hij best nog jeugdig over. Ik heb niet de indruk dat ik een gepijnigde man zie. De kans dat hij zich de komende weken kan herpakken is volgens mij dan ook niet onbestaande.

Stelling: naar een cross bij de vrouwen kijken is leuker dan het zien naar een wedstrijd bij de mannen.
De Cauwer
: Blijkbaar moeten we nu plots met zijn allen het crossen bij de vrouwen leuk gaan vinden. Is ons gezegd. Maar er komen er twee nieuwe meedoen en ze rijden iedereen naar huis.
Herijgers: Dan heb je het over Betsema en Brand.
De Cauwer: Komt daar nog bij dat Marianne Vos voorlopig nog niet helemaal de oude is. Als ze dat ooit nog wordt…
Herijgers: Ik vind de terugkeer van Marianne Vos toch wel opmerkelijk, hoor. Dat had ik nooit nog van haar verwacht. Ik dacht dat Sanne Cant haar helemaal opzij had gezet, maar nu steekt Marianne toch opnieuw de kop op. Knap van haar.
De Cauwer: Worst en Arzuffi zijn dan weer aanwinsten.
Herijgers: Vergeet Alvarado niet.
De Cauwer: Blijkbaar is dat in het veldrijden normaal. Maar ik vreet thuis mijn zetel op als ik Worst en Arzuffi als ploegmaats achter mekaar zie jagen. Een fenomeen dat je wel vaker ziet opduiken. Het gaat er bij mij niet in dat twee renners die door dezelfde ploeg betaald worden mekaar in het verlies rijden. En wat de spankracht in de crossen bij de vrouwen betreft: daar rijdt geen vrouwelijke Mathieu van der Poel mee. Dat verklaart alles. Het niveau van die meisjes ligt gewoon dichter bij mekaar.
Herijgers: Toen Vos nog op topniveau was won ze ook overal waar ze startte.

 

“Dat er in dameswedstrijden vaak renners van zes verschillende nationaliteiten bij de beste tien in de uitslag staan maakt het leuk om naar die koersen te kijken.”

Bij de beste tien in de UCI-ranking bij de mannen staan alleen Vlamingen en Nederlanders. In de toptien van de uitslag van een doorsnee-vrouwencross zie je soms vlaggetjes van wel zes verschillende nationaliteiten opduiken. Is daar een verklaring voor?
De Cauwer: Dat is een feit, ja. En ik geef toe dat dat gegeven het ook leuker maakt om naar dameswedstrijden te kijken.
Herijgers: Ik zie het toch een beetje als een ander verhaal. De absolute toppers uit het veldrijden kunnen ook op de weg hun mannetje staan. Kijk naar het fantastische voorjaar dat Wout van Aert achter de rug heeft. En Mathieu van der Poel won ook mooie koersen op de weg én werd Nederlands kampioen. Stuur de top van het vrouwenveldrijden naar een topwedstrijd op de weg… Ik denk niet dat er één is die de finish haalt.

Als we het alleen maar over Belgen hebben… Sanne Cant pakt toch een bronzen medaille op het BK op de weg? En Ellen Van Loy eindigt als derde in het BK tijdrijden. En ze werden beiden goed genoeg bevonden om België te vertegenwoordigen op het EK op de weg in Glasgow. Dan heb je als crosser toch ook op de weg inhoud, niet?
De Cauwer: Misschien heb je niet helemaal ongelijk. Maar de klemtoon van onze beste veldritvrouwen ligt nu eenmaal quasi volledig op de winter.
Herijgers: Geen enkele vrouwelijke crosser heeft op de weg het potentieel dat Wout en Mathieu hebben, daar blijf ik bij.

“Als je de logica laat gelden wordt Wout van Aert opnieuw Belgisch kampioen veldrijden. Maar het wordt toch oppassen. Een BK heeft zo zijn eigen wetten.”

Sanne Cant wisselt knappe met minder goeie prestaties af. En Wout van Aert ziet Toon Aerts – letterlijk – af en toe dichtbij komen. Voor het eerst in jaren lijkt de uitslag van het BK bij de vrouwen en mannen elite niet vooraf vast te liggen.
De Cauwer: Loes Sels heeft bijvoorbeeld een mooie stap vooruit gezet.
Herijgers: Maar om een of andere reden loopt het voor haar telkens mis als ze over de grens moet gaan crossen. Raar is dat.
De Cauwer: Dat Van Aert vooraf niet zeker is van winst, mooi is dat. Een kampioenschap heeft altijd zo zijn eigen wetten. Renners kunnen zichzelf overstijgen op die ene dag. Zo hou ik niet alleen rekening met Toon Aerts. Ook Laurens Sweeck kan misschien onverwacht sterk uit de hoek komen. Of Michael Vanthourenhout.
Herijgers: Zo’n kampioenschap over één dag is iets heel anders dan week na week moeten bevestigen.
De Cauwer: Als je de logica laat gelden wint Wout van Aert op de plaats waar hij zijn eerste zege behaalde bij de profs. Maar het wordt toch oppassen.
Herijgers: (Lacht) In Nederland, daar dreigt het pas saai te worden.

Als je naar de uitslagen in alle reeksen op het EK in Rosmalen kijkt, kan je niet anders dan vaststellen dat Nederland in het veldrijden enorme stappen vooruit heeft gezet. Vooral bij de vrouwen is dat opmerkelijk.
De Cauwer: Op de weg heeft Nederland de absolute wereldtop bij de vrouwen. En ze hebben daar ook een aantal goeie dames in het mountainbiken. Tja, als die allemaal gaan oversteken naar de cross is het geen wonder dat ze meteen dominant zijn.
Herijgers: De vijver waarin ze daar in Nederland in het vrouwenwielrennen vissen is zoveel groter dan onze kleine plas.

Bij de vrouwen stappen toppers uit andere disciplines makkelijk over naar het veldrijden. Bij de mannen gebeurt dat zelden of nooit.
De Cauwer: Dat zie ik ook gebeuren, ja. Zo’n Jolanda Neff, bijvoorbeeld. ’s Werelds beste in de mountainbike. En in de eindejaarsperiode gaat ze crossen. Mooi is dat.
Herijgers: De vrouwelijke versie van Mathieu van der Poel, wat mij betreft.
De Cauwer: Bij de mannen zie je dat veel minder, dat klopt. Dat kan ik alleen maar verklaren door het feit dat het veldrijden bij de mannen bij ons op een enorm hoog niveau staat. Overstappen vanuit een andere discipline en meteen de eerste viool gaan spelen: bij de mannen kan dat niet.
Herijgers: Het is zo gespecialiseerd, allemaal. Toen ik nog renner was kwamen collega’s van de weg meedoen aan het BK veldrijden. Mannen als Johan Museeuw, Bart Leysen, Hendrik Redant. Museeuw won zelfs ooit nog brons bij de profs. Dat kan je je nu niet meer voorstellen.
De Cauwer: De kloof tussen de verschillende disciplines is bij de vrouwen gewoon kleiner. Maar dat is een tijdelijk fenomeen. Nu er in de cross bij de vrouwen geld te verdienen is zal het algemene niveau ook snel gaan stijgen, hoor.

“Veldrijden slaat moeilijk aan buiten Vlaanderen omdat we de lat hier zo ontzettend hoog hebben gelegd. Dat geldt voor buitenlandse renners én buitenlandse organisatoren.”

Veldrijden is een fantastisch televisieformat. Mooi in beeld te brengen, op een uur afgelopen. Waarom slaat die sport zo moeilijk aan buiten Vlaanderen?
De Cauwer: In Nederland vragen ze zich af waarom geen enkele Belg naar schaatsen kijkt. Dat vinden ze daar de mooiste sport.
Herijgers: We hebben in Vlaanderen met zijn allen de lat zó hoog gelegd dat nu nog instappen moeilijk is. Dat geldt voor een buitenlandse renner. Maar ook voor een buitenlandse kandidaat-organisator. De knowhow die hier bij mekaar verzameld zit, dat heb je nergens anders.
De Cauwer: Frankrijk doet nog een klein beetje mee. Daar wordt werk gemaakt van jeugdopleiding, en in bepaalde regio’s wordt er aan veldrijden gedaan. Maar Zwitserland bijvoorbeeld, dat is een mountainbikeland geworden. De internationalisering van het veldrijden kreeg een nekslag toen mountainbike op het programma van de Olympische Spelen belandde. De fietsindustrie zag brood in de productie van mountainbikes, en toen ging de bal aan het rollen. Vergelijk eens het aantal mountainbikes dat wereldwijd wordt verkocht met het aantal crossfietsen. Dan weet je meteen genoeg. Hetzelfde geldt voor pistefietsen, trouwens.

“Als de UCI ooit veranderingen gaat doorvoeren in de veldritwereld doen ze er goed aan de mensen van Kruibeke niet over het hoofd te zien.”

Jullie hebben allebei iets met de cross in Kruibeke. Paul is parcourskeurder geweest op de omloop, José is peter van de organisatie.
De Cauwer: Ik weet nog dat Marc Janssens en Kurt Vernimmen me kwamen melden dat ze een veldrit gingen organiseren. ‘De zoveelste?’ was mijn vraag. Het antwoord luidde dat ze het anders gingen doen. Anders bleek beter te zijn. Dik drieduizend man op hun eerste B-cross, bijna vijf jaar geleden. Tien maanden later meteen een A-cross en hier zitten we nu op de drempel van het Belgisch kampioenschap. Zo snel is het gegaan. Als er ooit veranderingen op til zijn in de veldritwereld doen de beleidsmakers er goed aan deze jongens niet over het hoofd te zien. Want hier zit een boel kwaliteit bij mekaar. Ze hebben poen, ze trekken geld aan, ze kunnen iets op poten zetten: ze lopen niet zo dik gezaaid, de organisatoren die al die kwaliteiten verenigen.
Herijgers: Hun eerste B-cross met zoveel volk. Dat kwam meteen door de Kennedytunnel tot bij mij in Lille. Ik wist snel dat dit geen gewone jongens waren. Ik kreeg onmiddellijk de opdracht van Belgian Cycling om eens te gaan kijken als technisch afgevaardigde. Het duurde niet lang voor ik wist welk vlees ik in de kuip had.
De Cauwer: Die mannen hadden meteen álle materiaal in eigendom. Palen, oversteken, noem maar op. Ze waren links en rechts op een paar andere crossen gaan kijken, klasseerden alles op hun harde schijf en gingen meteen hun eigen weg.
Herijgers: Ik herinner me hun eerste A-cross, een wedstrijd die Wout van Aert altijd zal bijblijven omdat dat de eerste profkoers was die hij won. In de weide waar ze de renners door stuurden hadden voordien dikbillen gelopen. En slijk dat er was! Ik stelde voor wat veranderingen aan te brengen, en één jaar later wreef ik me de ogen uit van verbazing. Alles geëgaliseerd, opgehoogd en gedraineerd. Nooit gezien! Dat ze zo snel zouden doorstoten naar de top was voor mij dan ook geen verrassing. Dat BK wordt een succes, let maar op. Vooral omdat dit ook een echte feeststreek is.
De Cauwer: In Lokeren was ook redelijk veel volk. Zeker voor een eerste editie. En Kruibeke? Tja, misschien is dat geen echt crossdorp. Maar dit is wel een plek waar de mensen graag buitenkomen als er iets speciaals op stapel staat.
Herijgers: Het zijn deze mensen die van de cross in Hulst ook iets unieks hebben gemaakt. Dat is een parcours om duimen en vingers van af te likken.
De Cauwer: Een veldrit die een plek in de Wereldbeker verdient. Maar daar wordt aan gewerkt, hoor ik zeggen. Als de UCI organisatoren nodig heeft die kennis hebben en die over eigen middelen beschikken kunnen ze niet om de mensen van Kruibeke heen. Zo simpel is dat. Vergeet niet: het is hen hier niet om het geld te doen. Zij organiseren omdat ze het leuk vinden, en omdat ze de lat voor zichzelf graag hoog leggen.
Herijgers: De beste renners aan de start hebben, zorgen dat de toeschouwers een geweldige middag hebben beleefd en minstens break-even draaien: dan zijn deze mensen tevreden. Winst maken is voor hen leuk, maar al bij al bijkomstig.