Organisatoren: “Het moet perfect zijn”

Organisatoren Marc Janssens, Kurt Vernimmen en Bram De Brauwer kijken uit naar het Belgisch kampioenschap veldrijden in Kruibeke
“Het moet perfect zijn”

Stilstaan is achteruitgaan. Dus gaat het in Kruibeke met komeetsnelheid vooruit. Nog geen vijf jaar geleden organiseerden Marc Janssens, Kurt Vernimmen en Bram De Brauwer voor het eerst een veldrit. Een B-cross, zoals dat heet. Een half decennium later hebben de heren een zestal crossen in de portefeuille zitten en zakken ’s lands beste renners af naar de omloop in Bazel op jacht naar de landstitel. “Dit is een hobby die uit de hand blijft lopen.”

Heren met een druk beroepsleven, alle drie. En ook al wordt er niemand financieel beter van, steeds is er de drang om als organisator in het veldrijden stappen vooruit te blijven zetten. Omdat alleen het beste goed genoeg is, zo blijkt. Van dag één af…

Marc Janssens: Ooit organiseerde ik een kleinschalig veldritje in mijn eigen tuin. Om een kersthappening wat te animeren. Aanvankelijk was het de bedoeling dat dat een feestje voor een honderdtal mensen zou zijn. Uiteindelijk kwamen er vier keer zoveel opdagen. Het was de bedoeling dat daar een twintig à vijfentwintig renners aan zouden meedoen, wielertoeristen allemaal. Ik was toen al bevriend met José De Cauwer, en hij raadde me een parcoursbouwer aan. De Marc, een man die in de entourage van de familie Van der Poel zat. Met palen en linten bouwden we toen een omloop in mijn eigen tuin, in Bazel. Vlakbij de plek waar het Belgisch kampioenschap zal plaatsvinden, by the way. Dat was een jaar of acht geleden. Tja, en dat viel zo goed mee dat we de smaak te pakken kregen. Een tiental maanden later is er een Open Bedrijvendag in mijn carrosseriezaak. De burgemeester van Kruibeke komt op bezoek, die herinnert zich dat crosske van toen en komt me vragen of ik eens naar zijn kabinet wil komen. Eén week later vindt die ontmoeting plaats, en daar kom ik de mensen van Waterwegen en Zeekanalen tegen. Meteen krijg ik de vraag voor de voeten of ik wil meewerken aan een project om de Kruibeekse polders op een positieve manier in de belangstelling te brengen. Dat overstromingsgebied had voordien tien jaar aan een stuk negatieve emoties losgeweekt bij bepaalde mensen, dus wilde het gemeentebestuur die perceptie veranderen. Zeg nu zelf: wat is er beter geschikt dan een veldrit om het landschap van een bepaalde plek in beeld te brengen? En zo is de bal aan het rollen gegaan. Ik ging advies inwinnen bij José De Cauwer, Kurt Vernimmen kwam erbij en van toen af is het snel gegaan.
Kurt Vernimmen: Stefaan Nollet, projectingenieur bij de Vlaamse Waterweg, was destijds zelf actief als veldrijder bij de WAOD. Voor hem was de potpolder in Bazel hét geschikte terrein voor een veldrit. Het plan kwam eerst ter sprake op een receptie bij de gemeente, en korte tijd later zaten we met zijn allen rond de tafel. En we kwamen er snel uit, ook al hadden we geen sikkepit ervaring met het op poten zetten van zo’n evenement. Maar we zijn meteen te rade gegaan bij iedereen die ons verder kon helpen. Met een UCI-commissaris als Guy Dobbelaere, bijvoorbeeld. Of met een journalist als Chris Mannaerts. En een door de wol geverfde perschef als Marc Van Landeghem en een ervaren organisator als Koen Monu. Van al die mensen staken we iets op. Plus: we gingen zoveel mogelijk naar wedstrijden kijken, om daar te stelen met de ogen.

“In januari 2014 organiseerden we onze eerste B-cross. En vijf jaar later het Belgisch kampioenschap. Zo snel kan het gaan.”

Jullie zijn begonnen met een B-cross, niet?
Vernimmen
: Omdat dat toen de gebruikelijke gang van zaken was. Je moest jezelf eerst op een lager niveau bewijzen. Pas nadien kreeg je de toelating een stap hogerop te zetten. Eerst B, dan A, dan internationaal: zo gaat het. Die eerste ‘kleine wedstrijd’ vond plaats in januari 2014. En kijk, vijf jaar later organiseren we al een Belgisch kampioenschap. Zo snel kan het gaan.
Bram De Brauwer: Toen ik in december 2013 na een eerdere passage terug voor Kurt Vernimmen ging werken als marketeer was er van de cross bijna nog geen sprake. Hij vroeg me meteen of ik een maand later een handje kon toesteken bij het op poten zetten van die B-cross. Zelfs toen al kon ik merken dat Kurt en Marc de lat als organisatoren ontzettend hoog hadden gelegd, zelfs voor een op papier klein crosske. Die eerste Polderscross mocht gezien worden, toen al. Elke medewerker kreeg aangepaste kledij, de VIP in de restaurants hier in de buurt – we hadden onmiddellijk 400 gasten aan tafel, compleet uitverkocht – was meteen tóp. Tja, na dat aanvankelijke succes is de bal steeds sneller gaan rollen. En zo maakt een mens het mee dat hij nu bijna voltijds bezig is met veldrijden.

 

“We deden een ernstige financiële inspanning om Sven Nys aan de start van onze eerste A-cross te krijgen. Maar dat moést, omdat we Kruibeke zo snel mogelijk op de kaart wilden zetten.”

Nauwelijks tien maanden na die eerste kleine cross is er de volgende stap: een A-veldrit
De Brauwer
: Mét Sven Nys aan de start! We deden toen een ernstige financiële inspanning om hem zover te krijgen. We moésten, omdat we Kruibeke zo snel mogelijk op de kaart wilden zetten. Ik herinner me nog dat we extra rode stickers hadden laten maken, die we op de eerder gedrukte affiches gingen plakken. ‘Sven Nys komt!’ Zo blij waren we.
Janssens: We betaalden niet alleen een pittig startgeld, we stonden ook in voor vliegtickets naar Spanje over en weer. Omdat Nys op dat moment op stage was.
De Brauwer: Marc Van Landeghem zou aanvankelijk de contracten met de renners regelen. Maar omdat onze perschef een paar weken voor de cross overleed heeft Kurt zelf alles in handen genomen. Een hectische periode was dat.
Vernimmen: We verplichtten onszelf meteen hoog te mikken. Al van bij de eerste vergaderingen van het organisatiecomité was er sprake van een Belgisch kampioenschap.
Janssens: En daar kwamen we ook voor uit. Toen TV Oost een reportage kwam maken in het kader van onze allereerste Polderscross pakten we meteen uit met de melding dat we in 2018 voor het BK gingen.
Vernimmen: (Lacht) We hebben maar één jaar vertraging op het schema. Weet je, wij proberen nooit iets aan het toeval over te laten. Overal vragen we feedback na afloop van een wedstrijd. Het is ons streven voortdurend beter te doen. Stilstaan is achteruitgaan.
De Brauwer: Ik herinner me nog dat er mensen verbaasd stonden te kijken toen we de boxen in onze materiaalpost al tijdens de eerste A-cross gingen nummeren. Voordien werd dat alleen maar in Wereldbekerwedstrijden gedaan.
Janssens: Onvergetelijk was dat. Kurt belde me op met de melding dat er 30 vlagjes gemaakt moesten worden. Twee keer genummerd van 1 tot 15, recto verso. ‘En we hebben die morgen nodig!’ Begin er maar eens aan. Maar ze waren op tijd klaar! Om één uur ’s nachts, dik acht uur voor de start van de eerste cross. Dat tekent de sterkte van dit organisatiecomité. Niemand die hier op een inspanning kijkt.

“We rooiden 60 bomen en verhoogden bepaalde delen van het terrein met 35 centimeter. Allemaal met het oog op dit Belgisch kampioenschap.”

Die inspanning moesten jullie ook doen om het parcours aan sporthal De Dulpop beter berijdbaar te maken. Want jullie eerste A-cross speelde zich af in een heuse modderpoel.
Vernimmen: Wij zagen meteen dat het op die manier niet verder kon. Dus gingen we de omloop meteen hertekenen. Aanvankelijk reden we rond de kerk van Bazel om nadien een aantal zompige weides op te zoeken. Het moest allemaal veel compacter. En, belangrijker, veel droger. En omdat we koersten op overstromingsgebied moest er opgehoogd worden.
Janssens: We voerden immens veel vrachtwagenladingen grond aan. Tot alles 35 centimeter werd opgehoogd.
Vernimmen: De eerste strook die aangepakt werd was 200 meter lang en 120 meter breed.
Janssens: De tweede 130 meter lang en 32 meter breed.
Vernimmen: Allemaal eigenlijk al in voorbereiding op dat Belgisch kampioenschap. Want we wilden de renners een perfect parcours voorschotelen. Dus sneuvelden er op een bepaald moment ook 60 canadabomen.
Janssens: Geen nood, hoor. Die zijn allemaal al vervangen door jonge exemplaren.

Dit lijkt me een hobby die serieus uit de hand aan het lopen is, niet?
Janssens
: (Lacht) Noem jij dit nog een hobby?
Vernimmen: Op papier is dit een hobby, dat klopt. Natuurlijk ben ik overdag af en toe met veldrijden bezig, maar dit is en blijft toch voornamelijk weekendwerk, hoor.
De Brauwer: We zijn begonnen met één cross. Ondertussen hebben we al in Duitsland gezeten, als organisatoren van de Wereldbekermanche in Zeven. Nadien zijn we naar Nederland getrokken, naar Hulst. Geraardsbergen hebben we gebouwd, Eeklo en de Koppenberg ook. We stampten een internationale veldrit in Lokeren uit de grond. En in de eindejaarsperiode tekenen wij ook voor de cross van Bredene. En als kroon op het werk komt er nu het BK aan.

 

“Bij de opbouw van het parcours hou je rekening met de sportieve uitdaging die je de renner wil bieden. Maar het comfort van de toeschouwers is minimaal even belangrijk.”

Kurt, jij bent de laatste jaren echt een parcoursbouwer geworden.
Vernimmen
: Dat klopt. Van een wit blad beginnen, dat vind ik leuk. Als je een parcours uittekent moet je met een paar dingen rekening houden. Niet alleen met het sportieve verloop van de wedstrijd, al is dat uiteraard ongelooflijk belangrijk. Maar je mag ook dingen als het comfort van het publiek niet uit het oog verliezen. Je biedt de toeschouwers een zo overzichtelijk mogelijke omloop aan. Met behoorlijk wat mogelijkheden qua doorstroming, net zo voornaam. Rekening houden met al die gegevens: dat doe ik graag. Je probeert het maximale te halen uit het terrein dat je ter beschikking staat.
De Brauwer: Kurt ziet dingen die anderen niet opmerken. Dat terrein in Duitsland was een mooi voorbeeld. Een biljartvlak stuk grond met een onooglijk bergje, ergens weggestopt in een hoek. Maar Kurt slaagde erin daar een heuse kuitenbijter van te maken door een paar speciale passages uit te tekenen. En als je naar het wedstrijdverloop keek was het allemaal een pak uitdagender dan de dingen die je in sommige Belgische crossen ziet.
Vernimmen: Kruibeke is een ander verhaal. Dat is een lastige opgave, omdat het terrein doorkruist wordt door van die brede grachten. Je moet behoorlijk wat bruggen bouwen om over die obstakels te kunnen komen.
Janssens: Normaal gezien kunnen wij een cross opbouwen en afbreken op acht dagen. Maar Kruibeke is een ander verhaal. Die cross vergt een pak meer voorbereiding, net omdat je op het terrein met moeilijke omstandigheden zit. Weken vooraf zitten we al met schotten te zeulen en bouwen we bruggen op. Komt daar nog bij dat de veiligheid voor ons van primordiaal belang is. Wij zetten nooit dingen overhaast in mekaar. Of die dijken waar we de renners op sturen. Die moeten proper zijn. Dus vergt dat ook het nodige werk vooraf. Dat moet ook, omdat de toeschouwers uitgerekend vanaf die plek een prachtig zicht over een flink deel van het parcours hebben.

“Geen mannelijke renner die nog afstapt voor balkjes. Dus proberen we bij de vrouwen voor spektakel te zorgen door de hoogte van die dingen te verlagen, in de hoop dat er een paar dames wél zullen springen..”

Kan je als parcoursbouwer nog innoveren? Of ben je aan handen en voeten gebonden door de reglementen?
Vernimmen: De uitdaging is altijd: zoveel mogelijk gebruik maken van de natuurlijke mogelijkheden die het terrein je biedt. Maar voor de rest: je kan het warm water niet blijven uitvinden.
Janssens: Dan ga je het in andere dingen zoeken. Geen deftige mannelijke veldrijder die nog van zijn fiets stapt als er balkjes op het parcours liggen. Dus verlagen we die dingen voor iedereen. Om de vrouwen ertoe aan te zetten ook met hun fiets te springen. Er zijn er een paar die dat kunnen, maar lang niet iedereen. Dus dat zorgt dan weer voor extra spankracht.

Wat is het maximale aantal toeschouwers dat de omloop in Kruibeke aankan?
Vernimmen
: We hebben het parcours wat ‘opengetrokken’ door de passages over de dijk wat langer te maken. Dus denk ik dat we probleemloos zo’n 25.000 mensen kunnen ontvangen.
Janssens: Van het moment af dat we wisten dat we dit BK mochten organiseren zijn we overal gaan kijken. Zelfs op de WK’s gingen we ons licht opsteken. Niet alleen wat het sportieve aspect van de zaak betreft. Ook het comfort van het publiek verliezen we niet uit het oog. Plus, zeker ook in Kruibeke belangrijk: de toegankelijkheid. Hoe krijg je al dat volk probleemloos ter plaatse? Want gek veel mogelijkheden heb je niet op deze plek. Er is één grote toegangsweg van noord naar zuid, en voor de rest zit het parcours geprangd tegen de Schelde.
Vernimmen: Vergeet niet dat we ook de cross op de Koppenberg organiseren. Dat is ook een moeilijk bereikbare plaats voor het grote publiek. De knowhow die we daar opstaken gebruiken we ook voor dit BK. Het is de bedoeling dat we de toeschouwers zoveel mogelijk met shuttles aanvoeren. We vangen ze op in het industriegebied aan de kant van Temse, en we vervoeren ze dan met grote autocars naar de omloop.

De Schelde speelt ook een voorname rol in de aanvoer van toeschouwers, straks?
Janssens
: De waterbus wordt zoveel mogelijk ingeschakeld. Er wordt voortdurend gependeld tussen Hemiksem en Bazel/Kruibeke. Terwijl er ook boten in het stadscentrum van Antwerpen zullen vertrekken.

 

“Het totaalbudget van dit BK is 1,25 miljoen euro. Dat lijkt veel, maar we mikken op 3.500 VIPS en op behoorlijk wat ‘gewone’ toeschouwers.”

Wat is het totaalbudget van dit BK? Of is dat een geheim?
Janssens
: Absoluut niet. 1,25 miljoen euro.
De Brauwer: Dat lijkt veel, akkoord. Maar we mikken op 3.500 VIPS. Ook daar leggen we de lat hoog.

Hoe belangrijk is de financiële inbreng van de doorsnee-supporter straks?
Vernimmen
: Ongelooflijk belangrijk. Weet je, je moet als organisator een goeie verhouding tussen VIPS en ‘gewone toeschouwers’ hebben. Het voordeel van VIPS is dat die tickets vooraf betaald worden. Je hebt nu eenmaal een hoop kosten die je vooraf moet doen. Die worden eigenlijk op hetzelfde moment gefinancierd door de verkoop van VIP-arrangementen. En dan zijn er later, in het weekend van het kampioenschap, de inkomsten die je aan de verkoop van gewone tickets overhoudt. Dat is de ideale combinatie.

Jullie zijn stilaan een ‘speler’ in veldritland aan het worden. Zo zijn jullie bijvoorbeeld ook betrokken in de organisatie van de Brico Crossen.
De Brauwer
: Omdat we nu eenmaal over een boel organisatorische kennis beschikken. Crossen zoals Kruibeke, Lokeren, Bredene en Hulst zetten we zelf op poten, in de andere Brico-wedstrijden staan we ook paraat om steun te verlenen, waar nodig.
Vernimmen: Dit is een hobby die steeds verder uit de hand loopt. Want voor ons houdt het niet op na dit BK. Zo willen we bijvoorbeeld graag dat de Vestingscross in Hulst een plaats krijgt in het Wereldbekercircuit. Die aanvraag is recent ingediend door de KNWU, de Nederlandse Wielerbond. En we zijn in de running om het BK veldrijden in Antwerpen te organiseren. Dat zou ook mooi staan op ons palmares.

“We willen van de Vestingscross in Hulst een tweede Nederlandse Wereldbekerwedstrijd maken. De aanvraag is al ingediend.”

Er staan behoorlijk wat veranderingen op stapel in de veldritwereld. Want het gaat stilaan bergaf voor een aantal wedstrijden. Dus wordt bij de UCI geflirt met de gedachte aan de oprichting van een soort Superliga, een reeks die de grootste en mooiste crossen in binnen- en buitenland groepeert. Ik neem aan dat jullie die evolutie van nabij in de gaten houden?
Vernimmen: In de wedstrijden die wij organiseren valt het met die terugval qua belangstelling wel mee, hoor. Wij hebben geen klagen. De Koppenberg was ongeveer hetzelfde als vorig jaar, Lokeren was een nieuwe cross, en de openingsmanche van de Brico Cross in Geraardsbergen lokte meer volk naar de omloop. Maar, toegegeven, ik merk wel dat het links en rechts minder begint te gaan.
Janssens: Als je het mij vraagt is er te veel veldrijden op televisie. Er is gewoon een overaanbod.
Vernimmen: Al blijven de kijkcijfers wel relatief goed overeind, hoor.
Janssens: En de voorspelbaarheid van het wedstrijdverloop doet er ook geen goed aan. Bij de heren elite toch.
De Brauwer: Niet helemaal akkoord. Er zijn jaren geweest dat Sven Nys álles won, net zoals Mathieu van der Poel dat sinds het begin van het seizoen doet.

Jullie hebben al behoorlijk wat moois in de veldritportefeuille zitten. Kijken jullie nog steeds uit naar méér?
Vernimmen
: Als de kans zich aandient zullen we daar in elk geval goed over nadenken.
De Brauwer: Het moet ook een beetje beheersbaar blijven, natuurlijk.

Nog even over die zogezegde Superliga. Wordt er met het oog op de toekomst druk gelobbyd achter de schermen?
Vernimmen
: Absoluut. Maar een uitbreiding in België wordt een moeilijk verhaal, vrees ik. Vandaar onze overstap naar Nederland, naar Hulst. Hoogerheide is en blijft nummer één voor de KNWU. Maar wij kregen van hen de belofte dat Hulst op de tweede plaats parkeert.
De Brauwer: En over de grens organiseren is niet altijd vanzelfsprekend. In Hulst loopt alles perfect, maar die Wereldbekermanche in het Duitse Zeven, dat had toch behoorlijk wat voeten in de aarde voor alles daar geregeld was. Twee jaar geleden staken we daar veel tijd en mankracht in. En toen ze twaalf maanden geleden op eigen vleugels moesten vliegen liep het niet echt gesmeerd.
Janssens: Ergens een parcours neerpoten, dat gaat perfect. Het zijn de lokale gevoeligheden en gewoontes die het vaak lastig maken.

“Voor het eerst rijden de dames elite hun BK op zaterdag, in primetime.”

Slotvraagje: dit wordt het eerste Belgisch kampioenschap waarin de vrouwelijke eliterenners op zaterdag in ‘prime time’ zullen rijden. Jullie idee?
Vernimmen
: Nee. Dat is op vraag van de VRT. Ze wilden vier crossen rechtstreeks uitzenden, ook de junioren. Drie wedstrijden op zondag en één op zaterdag, dat zou een beetje raar zijn. Daarom beslisten we in gezamenlijk overleg – ook Belgian Cycling kreeg een stem in het kapittel – om de vrouwen één dag eerder te laten koersen. Tweemaal twee crossen op televisie: voor onze sponsors is dat een geschenk. Qua kijkcijfers zit het vrouwenveldrijden al een hele poos in de lift. En het staat iedereen geweldig aan dat dat in die koersen een strijd is tussen dames die uit veel verschillende landen komen. Ik ben echt benieuwd om te zien hoe die populariteit straks vertaald wordt in het aantal toeschouwers dat op zaterdag zal opdagen. Ellen Van Loy, Laura Verdonschot en Loes Sels moesten dit seizoen af en toe niet gek veel onderdoen voor Sanne Cant. Het zal me dus benieuwen hoe het straks uitdraait.