Toon Aerts: “Ik heb nog veel te bewijzen”

Toon Aerts relativeert zijn plek bij de ‘Grote Drie’
“Ik heb nog veel te bewijzen”

Niks is nog wat het geweest is voor Toon Aerts. De Kempenaar won de eerste twee Wereldbekercrossen van het seizoen en houdt sindsdien niet op te verbazen. In zoverre zelfs dat de bescheiden Kempenaar van Telenet-Fidea nu al als de enige renner wordt aanzien die in de buurt komt van Mathieu van der Poel en Wout van Aert, twee toppers die al het lekkers in veldritland de voorbije drie jaar onder hun beidjes verdeelden. Een babbel over de dingen die achter de rug zijn en de zaken die nog op stapel staan, op de drempel van het Belgisch kampioenschap in Kruibeke.

Natúúrlijk wil Toon Aerts wat graag Belgisch kampioen worden op 13 januari aanstaande. Maar om te zeggen dat het van moéten is, daar past de kopman van Telenet-Fidea voor. “Mijn prioriteiten liggen voorlopig elders.” Maar, tegelijk, winnen kan ook als je jezelf vooraf als outsider omschrijft. Omdat Aerts er alles aan heeft gedaan om goed te zijn in de belangrijke januarimaand. Met een conditionele basis van gewapend beton, een fundament dat begin december in Mallorca werd gegoten.

Hoe was het op stage?
Toon Aerts: Geweldig. Voor de tijd van het jaar had ik begin december uitzonderlijk goed weer in Mallorca. Bijna de hele tijd door twintig graden. Heerlijk buiten trainen in korte broek en korte mouwtjes. Zalig. Veel uren ‘geklopt’ ook. De ideale omstandigheden, kortom.

Die trip naar Mallorca… Was dat nodig om de conditie aan te scherpen? Of was je ook op mentaal vlak aan een ‘break’ toe?
De combinatie van de twee, zeg maar. Deze stage lag al vast nog voor het seizoen begon. Zo’n stage is de ideale manier om te schaven aan de conditie als het eerste grote blok aan wedstrijden achter de rug lag. Wat ik op dat moment niet kon weten is dat het me tussen begin september en eind november zó goed zou vergaan. Ik sta in een kansrijke positie in álle klassementen, warempel. Dus was die reis naar Mallorca ook nodig om de batterijen op mentaal vlak ook weer wat op te laden. Want simpel is het niet geweest. Ik kon mezelf de voorbije maanden geen enkele snipperdag permitteren, net omdat ik op een paar doelen tegelijk mikte.

 

“Ik kan mezelf op geen enkel moment een snipperdag permitteren. Net omdat ik in alle klassementen in een kansrijke positie sta.”

 

Dat was nieuw voor je, neem ik aan?
Dat klopt. En dat bleek behoorlijk slopend te zijn. Na de Wereldbekerwedstrijd van Koksijde deed ik twee dagen nagenoeg niks. Dag drie was een reisdag, dus toen voerde ik ook weinig of niks uit. Met Sarah thuis de draad van het ‘gewone leven’ weer wat oppikken, nadien een beetje dollen met de ploegmaats: het was allemaal even verfrissend. Gewoon heel even de cross compleet uit mijn hoofd zetten.

Dat het elke week van moéten was: hoe slopend was dat?
Ik had het geluk dat ik tot dusver nergens onder de maat bleef. De enige mindere dag was de DVV Trofee-wedstrijd in Hamme. Daar eindigde ik als achtste. Maar al bij al gaf ik daar ook maar weinig tijd toe ten aanzien van mijn naaste belagers in het algemeen klassement. (Grijnst) Raar trouwens, dat iedereen plots bovenmatig veel aandacht ging besteden aan die enige cross waarin ik minder goed voor de dag kwam. De mensen zijn me blijkbaar met andere ogen gaan bekijken. Nu, ik ben er ook door veranderd, hoor. Het besef van verantwoordelijkheid is toegenomen. Niet dat ik er vroeger met de pet naar gooide, maar nu ben ik toch plots vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week met mijn carrière bezig. Vanaf maandag begint de voorbereiding op de veldritten die in het weekend staan geprogrammeerd. Er is weinig ruimte voor iets anders. Niet alleen omdat er punten op het spel staan, maar ook omdat iedereen nu topprestaties van me is gaan verwachten. Meedoen voor de overwinning of, in het slechtste geval, voor het podium: met minder wordt blijkbaar geen genoegen meer genomen. En dat heeft zo zijn weerslag. De trainingen moeten tot op de minuut kloppen, ik let op mijn voeding, probeer tussendoor zoveel mogelijk te rusten… Ik wil niks aan het toeval overlaten.

 

“Genieten is er nog niet bij geweest. Je holt van de ene Grote Afspraak naar de andere.”

 

Terugkijken op wat geweest is en vaststellen dat het goed was: dat is er nog niet bij geweest?
Nee. Je holt gewoon maar door naar de volgende Grote Afspraak. Ik kon het mezelf niet permitteren vergenoegd achterover te leunen, om te genieten van wat ik voor mekaar had gebracht. Alleen na Koksijde ging de riem er heel even af. Dan ging ik de frieten halen die ik mezelf al een paar weken als beloning had voorgespiegeld.

En nu? ‘Doortrekken’ tot en met het wereldkampioenschap?
Eigenlijk deel ik de rest van het seizoen nog eens in twee blokken op. De kerstperiode duurt voor mij tot en met de DVV-cross in Brussel. Nadien probeer ik even te focussen op het Belgisch kampioenschap. Deel drie omvat dan weer de twee resterende Wereldbekerwedstrijden en het wereldkampioenschap. Zo heb ik het een beetje in mijn hoofd zitten. Niet dat ik de handdoek nu al gooi met het oog op de kampioenschappen die straks op stapel staan, maar de Wereldbeker is en blijft het hoofddoel van mijn seizoen. Dat is de keuze die ik gemaakt heb.

Is dat het klassement dat je het liefste wilt winnen?
Absoluut. Zonder de Superprestige of de DVV Trofee tekort te doen, de Wereldbeker is en blijft toch het meest prestigieuze klassement in de veldritsport. Omdat je daar altijd de beste renners aan de start hebt, onder meer.

 

“Ik reken in de kampioenschappen op een goeie dag. De klassementen zijn prioritair qua belang.”

 

Overal ‘meedoen’ voor winst: houdt dat in dat je keuzes moet maken?
Ja. Net daarom heb ik de kampioenschappen qua belang een trapje lager gezet. Ik weet dat niet iedereen dat even graag zal horen, maar misschien krijg ik in de toekomst nooit meer de kans om in één of meerdere klassementen voor eindwinst te gaan. Daar ligt mijn focus. En wat het BK of het WK betreft: voor mij is het gewoon hopen dat ik daar een goeie dag heb.

Maar tegelijk is het niet zo dat Wout van Aert straks op het BK in Kruibeke gewoon maar hoeft te starten om kampioen te worden. Jullie ontlopen mekaar niet zo gek veel, tot dusver.
Natuurlijk is Van Aert favoriet. Maar hij is niet alleen. Met Laurens Sweeck, Michael Vanthourenhout en mezelf zijn er wel drie renners die hem in principe het vuur stevig aan de schenen moeten kunnen leggen. Al is dat natuurlijk geen garantie op winst. Van Aert deelt zijn seizoen voor de tweede keer op rij helemaal anders in, als je dat vergelijkt met de andere crossers. Voor hem zijn truien wél het hoofddoel van zijn seizoen. Hij kiest er de belangrijke wedstrijden gewoon uit. En het verleden leerde dat hij op zo’n kampioenschap zelden of nooit teleurstelt.

 

“Ooit komt de dag dat het minder goed zal gaan. En dan zal ik me moeten verantwoorden.”

 

Jouw naam wordt al een heel seizoen in één adem genoemd met die van Van Aert en Van der Poel. Er is stilaan zelfs sprake van de ‘Grote Drie’. Brengt dat ook extrasportief bijkomende verplichtingen mee?
Absoluut. En dat was toch even wennen. Er komt nu ook zoiets als ‘imago’ om de hoek kijken. Mensen die aan je camper staan te kijken verwachten dat je fietsen ten allen tijde pico bello zijn, bijvoorbeeld. En er wordt gevraagd dat ik af en toe op Instagram of Twitter wat interessants post, nog zoiets. Iets meer dan een foto en een uitslag, bij voorkeur. De mensen willen méér zien van me. Voorlopig vind ik dat allemaal nog heel leuk, maar tegelijk ben ik op mijn hoede voor de periode dat het me eventueel minder voor de wind zal gaan. Dan zal ik ter verantwoording worden geroepen, dat besef ik best. En dan kan ik alleen maar hopen dat ze me als mens in mijn waarde laten, dat mijn privéleven buiten schot blijft. Want zo heb ik het bij Wout van Aert zien gebeuren. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. Daar ben ik beducht voor.

Coacht men je daarin?
Toch wel. Er wordt rond mij stilaan een team gebouwd. Maar voorlopig is het nog steeds zo dat het mijn naaste omgeving is – mijn familie en de mensen die al jaren met me naar de cross gaan – waar ik het meest op kan terugvallen.

Scherm jij je privéleven af? Waar trek je de grens? Bij interviews die louter over sport gaan?
Niet noodzakelijk. Ik ben bereid over veel dingen te praten. Maar de opschortende voorwaarde is dat het in mijn planning moet passen. Ik neem aan dat er mensen geïnteresseerd zijn in de manier waarop ik mijn dagen doorbreng, maar daar moeten ze in de aanloop naar een kampioenschap niet mee afkomen, bijvoorbeeld. Als je in de belangstelling staat kan dat nu eenmaal soms niet anders. Problemen heb ik daar niet mee, nee. Want hier doe je het tenslotte allemaal voor. Een atleet die goed presteert krijgt te maken met zo’n dingen. Je traint jaar en dag om op een bepaald moment bij die top aan te sluiten. Als dat dan lukt en je wint bijvoorbeeld die cross op de Koppenberg, dan maakt dat bij veel mensen behoorlijk wat los. Niet alleen bij jezelf.

 

“Er komen verplichtingen bij in de privésfeer. Maar ik ben nog niet aanbeland op het punt dat mijn bekendheid storend gaat werken.”

 

Heb jij het moeilijk om ‘nee’ te zeggen tegen mensen die iets van je willen?
Ik krijg de laatste tijd meer vragen om iets in de privésfeer te gaan doen. Maar al bij al is dat nog beheersbaar. Je hebt als topsporter een voorbeeldfunctie. Dus elke uitnodiging weigeren is geen optie. Maar ik probeer het onderscheid te maken. Zo geef ik graag mijn medewerking aan acties voor een goed doel, bijvoorbeeld. Je bent tenslotte ambassadeur van je sport. En ik ben nog niet aanbeland op het punt dat mijn bekendheid storend gaat werken. Zo vind ik het nog altijd een eer als ik word gevraagd een interview te geven.

Verzet je je soms tegen de gedachte dat je seizoen nú al geslaagd is? Ongeacht wat er straks nog bij kan komen.
Andere mensen zeggen dat tegen me. Maar daar probeer ik niet bij stil te staan. Het enige wat die successen bij me losmaken is de zin in méér. Een paar jaar geleden kon ik tevreden zijn met bijvoorbeeld een vijfde plaats. Nu mik ik gewoon hoger. Ik heb nog steeds de overtuiging dat ik kan groeien als atleet. Dus op mijn lauweren rusten is er absoluut niet bij.

 

“Mensen als Sven Nys en Sanne Cant zijn uniek, omdat ze ondanks al hun successen altijd gemotiveerd blijven.”

 

Kijk jij nu met andere ogen naar Sven Nys? Die kreeg meer dan een decennium lang te maken met de zaken die jij nu voor het eerst ervaart.
Ik neem wat dat betreft Sanne Cant als voorbeeld. We zitten wel eens samen bij de kine, zij en ik. En als ik merk hoe nauwgezet zij – een atlete die in haar discipline al álles heeft gewonnen – bezig blijft met steeds maar opnieuw presteren, daar heb ik oneindig veel respect voor. Want als je een erelijst hebt zoals die van haar, in principe kan je gewoon niet beter doen. Zo was dat bij Sven Nys ook. Maar ik zit nu nog in een soort van opbouwfase, zeg maar. Al merk ik ook wel dat ik meer vreugde put door te winnen op een plek waar me dat nooit eerder lukte dan bijvoorbeeld voor de derde keer de Jaarmarktcross in Niel op mijn naam te schrijven. Net dat maakt mensen als Cant en Nys zo uniek. Hen maakte het niet uit of ze een bepaalde cross al tien keer hadden gewonnen. Ze gingen er even gretig tegenaan.

Renners als Van Aert en Van der Poel zoeken hun kicks dan weer in het aangaan van nieuwe uitdagingen. Zij grijpen naar de wegfiets en de mountainbike.
Dat is bij mij nog lang niet aan de orde. Ik heb nog heel veel te bewijzen als veldrijder. Ik hoor ook wel spreken van de ‘Grote Drie’, maar als je onze erelijsten naast mekaar legt staat dat meteen in het juiste perspectief. Dan zijn er zelfs nog heel wat die tussen Toon Aerts en het duo Van der Poel-Van Aert zitten. Zelfs renners van de huidige generatie als Pauwels en Meeusen.

Maar jij wil toch ook je grenzen als renner verleggen? Hoe reageer jij als ik het woord ‘tijdrijden’ laat vallen?
Dat is mijn ding in de zomer, dat klopt. Afgelopen jaar probeerde ik daar iets in te betekenen, en dat beviel me erg goed. Maar ook daar is nog werk op de plank. Onder meer qua aerodynamica. Ook al doe ik dat erg graag en wil ik er best nog een pak beter in worden, toch staat ook dat in het teken van de winterperiode, hoor. Al steek ik niet weg dat ik straks weer een hoofddoel maak van het Belgisch kampioenschap tijdrijden. Dat dat als crosser perfect kan bewees Ellen Van Loy de afgelopen zomer. Zij pakte als crosser een bronzen medaille, en kijk maar hoe goed ze het als veldrijder blijft doen.

 

Leave a Reply